Saneringsplicht en bodembescherming onder de Omgevingswet

Geplaatst op      Leestijd: 2.5 minuut
Saneringsplicht en bodembescherming onder de Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt verschillende regels over de leefomgeving, waaronder ook de bescherming van de bodem. Daarmee is het wettelijke kader voor het omgaan met bodemverontreiniging flink veranderd.

Veranderingen

Tot begin 2024 regelde de Wet bodembescherming (Wbb) hoe met bodemvervuiling moest worden omgegaan. Die wet bepaalde bijvoorbeeld wanneer en hoe de bodem moest worden schoongemaakt (gesaneerd). Sinds de invoering van de Omgevingswet is dat veranderd. De verantwoordelijkheid voor bodembescherming ligt nu grotendeels bij gemeenten, die via het omgevingsplan regels kunnen stellen over bodemkwaliteit op specifieke plekken. De landelijke regels zijn op sommige punten versoepeld of anders ingericht, met als uitgangspunt dat de meeste ernstige en spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging inmiddels zijn aangepakt of nog via het oude systeem worden afgehandeld.

Nieuwe bodemverontreinigingen vallen voortaan onder de regels van de Omgevingswet. Dit betekent dat vooral gemeenten een belangrijke rol hebben gekregen bij het beoordelen en aanpakken van bodemkwaliteit en verontreinigingen.

De zorgplichten onder de Omgevingswet

De saneringsplicht is onder de nieuwe wet anders geregeld. Er zijn nu twee vormen van zorgplicht waar iedereen zich aan moet houden. Allereerst de algemene zorgplicht, die voorschrijft dat je moet voorkomen dat de bodem vervuild raakt. Is er toch sprake van vervuiling? Dan moet degene die dit heeft veroorzaakt maatregelen nemen om verdere schade te voorkomen en, als het kan, de situatie herstellen.

Daarnaast is er een specifieke zorgplicht voor iedereen die activiteiten uitvoert waarbij risico's voor de bodem kunnen ontstaan. Voer je zo'n activiteit uit, dan ben je verplicht om alles te doen wat redelijkerwijs van je kan worden gevraagd om schade te voorkomen. Mocht er toch iets misgaan, dan moet je de gevolgen zoveel mogelijk beperken en, waar mogelijk, herstellen.

Komt er bijvoorbeeld door een ongeluk of storing vervuilende stof in de bodem terecht? Dan moet je direct handelen om verdere schade te voorkomen. Ook ben je verplicht om dit te melden bij het bevoegd gezag en maatregelen te nemen om de schade op te ruimen.

Drie soorten bodemverontreinigingen

De Omgevingswet maakt onderscheid tussen drie soorten bodemverontreiniging. De eerste soort is historische verontreiniging. Historische verontreinigingen zijn vervuilingen die vóór 1 januari 1987 zijn ontstaan. Voor deze gevallen gelden geen directe zorgplichten meer. Wel kunnen gemeenten via het omgevingsplan eisen stellen als de bodemkwaliteit een probleem vormt bij nieuwe plannen voor een locatie.

De tweede soort zijn verontreinigingen die zijn ontstaan tussen 1 januari 1987 en 1 januari 2024. Deze blijven voorlopig onder het overgangsrecht van de Wbb vallen. En dan is er nog de derde soort: nieuwe verontreinigingen, ontstaan vanaf 1 januari 2024. Voor deze gevallen gelden de nieuwe regels van de Omgevingswet.

Het is dus belangrijk om te weten wanneer een verontreiniging is ontstaan. Dat bepaalt namelijk welke regels van toepassing zijn. Je kunt dit achterhalen door te onderzoeken wanneer bepaalde activiteiten op of in de bodem hebben plaatsgevonden of wanneer de verontreiniging voor het eerst is vastgesteld via een bodemonderzoek.

Hulp of advies nodig?

De nieuwe regels rondom bodemverontreiniging en sanering kunnen best ingewikkeld zijn. Heb je vragen over een vervuilde locatie, een bouwproject of een grondtransactie? Of wil je weten welke zorgplichten voor jouw situatie gelden? Vul dan het contactformulier in en wij helpen jou bij het vinden van de juiste jurist of advocaat om de situatie mee te bespreken.