Rechtbank vernietigt natuurvergunning Schiphol
Geplaatst op donderdag 5 juni 2025 Leestijd: 2 minuten

Opnieuw ligt Schiphol onder het vergrootglas. De rechtbank in Den Haag heeft op 4 juni de natuurvergunning van de luchthaven vernietigd nadat meerdere milieuorganisaties bezwaar hadden gemaakt tegen deze vergunning. Volgens de rechter is de vergunning niet voldoende voorbereid en niet goed genoeg onderbouwd. Wat dit precies betekent voor Schiphol is nog onduidelijk.
Tegen deze vergunning maakten meerdere natuur- en milieuorganisaties, waaronder milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) bezwaar.
Maar bij het zogeheten 'intern salderen', waarbij de stikstofuitstoot van de nieuwe situatie wordt afgezet tegen de uitstoot van bestaande rechten, heeft de minister nagelaten te onderzoeken of de eventuele stikstofruimte niet eerst had moeten worden ingezet voor natuurherstel. Dit is het zogenoemde 'additionaliteitsvereiste'. Ook had de minister moeten onderbouwen dat er al voldoende maatregelen zijn genomen om kwetsbare natuurgebieden te beschermen of verdere achteruitgang te voorkomen.
Naast het intern salderen probeerde Schiphol ook stikstofruimte te creëren door negen boerderijen op te kopen. Ook hiervoor geldt het additionaliteitsvereiste. De minister had moeten motiveren dat de stikstofrechten niet nodig zijn voor natuurherstel, voordat deze rechten door Schiphol mochten worden gebruikt.
Bezwaar tegen de vergunning
De natuurvergunning van Schiphol kwam tot stand na jaren zonder officiële vergunning. De luchthaven opereerde decennialang zonder een formele natuurvergunning, terwijl dat volgens Europese en Nederlandse wetgeving verplicht is vanwege de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Pas in 2023 werd die alsnog verleend.Tegen deze vergunning maakten meerdere natuur- en milieuorganisaties, waaronder milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) bezwaar.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de minister voor Natuur en Stikstof (tegenwoordig de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) de bestaande gebruiksrechten van Schiphol grotendeels correct in beeld heeft gebracht. Ook de berekening van de stikstofneerslag die op basis van die bestaande rechten al plaatsvond – op één klein punt na – en de neerslag in de situatie waarvoor de nieuwe natuurvergunning werd aangevraagd, is in principe juist uitgevoerd.Maar bij het zogeheten 'intern salderen', waarbij de stikstofuitstoot van de nieuwe situatie wordt afgezet tegen de uitstoot van bestaande rechten, heeft de minister nagelaten te onderzoeken of de eventuele stikstofruimte niet eerst had moeten worden ingezet voor natuurherstel. Dit is het zogenoemde 'additionaliteitsvereiste'. Ook had de minister moeten onderbouwen dat er al voldoende maatregelen zijn genomen om kwetsbare natuurgebieden te beschermen of verdere achteruitgang te voorkomen.
Naast het intern salderen probeerde Schiphol ook stikstofruimte te creëren door negen boerderijen op te kopen. Ook hiervoor geldt het additionaliteitsvereiste. De minister had moeten motiveren dat de stikstofrechten niet nodig zijn voor natuurherstel, voordat deze rechten door Schiphol mochten worden gebruikt.