Historische bodemverontreiniging onder de Omgevingswet
Geplaatst op donderdag 26 juni 2025 Leestijd: 2.5 minuut

Bij de aankoop, verkoop of herontwikkeling van vastgoed en grond is de kwaliteit van de bodem van groot belang. In veel gevallen kan bodemverontreiniging directe gevolgen hebben voor de mogelijkheden om een terrein te gebruiken, bebouwen of verkopen. Dit geldt in het bijzonder voor historische bodemverontreinigingen. Maar welke regels gelden hierover sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet?
Hoewel het steeds zeldzamer wordt dat er nog vervuiling uit deze periode wordt ontdekt, gebeurt het nog altijd, bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van oude bedrijfsterreinen, bij vastgoedtransacties of bij grondtransacties. Het verschil met recente verontreinigingen zit vooral in de manier waarop de overheid ermee omgaat en de verplichtingen die voor eigenaren of gebruikers gelden.
De zorgplicht om bodemverontreiniging te voorkomen en aan te pakken is ook onder de Omgevingswet van kracht gebleven. In het geval van historische bodemverontreinigingen is de situatie echter anders. In deze gevallen is de zorgplicht namelijk niet van toepassing. Alleen wanneer er sprake is van een ernstige verontreiniging die direct gevaar oplevert voor mens of milieu, kan het bevoegd gezag ingrijpen en sanering of andere maatregelen eisen.
Wat verder nieuw is onder de Omgevingswet, is dat bij het aantreffen van een historische verontreiniging na 1 januari 2024, een zogenaamde toevalsvondst, de eigenaar of erfpachter verplicht is om de gevolgen van de verontreiniging te beperken. Een volledige sanering is niet langer verplicht. De gemeente kan via het omgevingsplan aangeven welke beperkende maatregelen nodig zijn voor een bepaalde locatie. Indien de eigenaar of erfpachter deze maatregelen niet uitvoert, kan de gemeente zelf ingrijpen en de kosten verhalen.
Daarnaast kent de nieuwe wet een overgangsrecht waarmee voor verontreinigingen van de periode tussen 1 januari 1987 en 1 januari 2024 nog steeds de bepalingen uit de oude Wet bodembescherming gelden. Hierdoor is er momenteel sprake van drie typen bodemverontreinigingen: de historische verontreinigingen van vóór 1987, de verontreinigingen tussen 1987 en 2024 en de nieuwe gevallen van na 1 januari 2024. Dit onderscheid is van belang voor de toepassing van de juiste wet- en regelgeving en het bepalen van verantwoordelijkheden.
Wat is bodemverontreiniging?
Bodemverontreiniging ontstaat wanneer schadelijke stoffen in de bodem of het grondwater terechtkomen. Dit kan het gevolg zijn van industriële activiteiten, lekkages, illegale stortplaatsen of bedrijfsprocessen uit het verleden. De aanwezigheid van verontreiniging in de bodem kan risico's opleveren voor de volksgezondheid, het milieu en toekomstige gebruiksfuncties van de grond. Daarom gelden er in Nederland al jaren strikte regels om bodemverontreiniging te voorkomen, te beperken en, indien nodig, te saneren.Historische bodemverontreiniging
Wanneer de bodemverontreiniging vóór 1 januari 1987 is ontstaan, spreken we van historische bodemverontreiniging. Voor asbestverontreiniging geldt een aparte datum van vóór 1 juli 1993. Dit onderscheid is belangrijk omdat voor de invoering van de voormalige Wet bodembescherming (Wbb) minder strenge milieuregels van kracht waren en veel verontreinigingen uit die tijd pas later aan het licht kwamen.Hoewel het steeds zeldzamer wordt dat er nog vervuiling uit deze periode wordt ontdekt, gebeurt het nog altijd, bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van oude bedrijfsterreinen, bij vastgoedtransacties of bij grondtransacties. Het verschil met recente verontreinigingen zit vooral in de manier waarop de overheid ermee omgaat en de verplichtingen die voor eigenaren of gebruikers gelden.
De regels voor historische bodemverontreiniging
Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het juridisch kader voor bodemverontreiniging gewijzigd. Waar eerder de provincies en 29 grote gemeenten verantwoordelijk waren voor het beheer van historische bodemverontreinigingen, ligt deze verantwoordelijkheid nu bij de gemeente waar de grond zich bevindt. Dit betekent dat iedere gemeente bevoegd gezag is geworden voor historische verontreinigingen in de vaste bodem.De zorgplicht om bodemverontreiniging te voorkomen en aan te pakken is ook onder de Omgevingswet van kracht gebleven. In het geval van historische bodemverontreinigingen is de situatie echter anders. In deze gevallen is de zorgplicht namelijk niet van toepassing. Alleen wanneer er sprake is van een ernstige verontreiniging die direct gevaar oplevert voor mens of milieu, kan het bevoegd gezag ingrijpen en sanering of andere maatregelen eisen.
Wat verder nieuw is onder de Omgevingswet, is dat bij het aantreffen van een historische verontreiniging na 1 januari 2024, een zogenaamde toevalsvondst, de eigenaar of erfpachter verplicht is om de gevolgen van de verontreiniging te beperken. Een volledige sanering is niet langer verplicht. De gemeente kan via het omgevingsplan aangeven welke beperkende maatregelen nodig zijn voor een bepaalde locatie. Indien de eigenaar of erfpachter deze maatregelen niet uitvoert, kan de gemeente zelf ingrijpen en de kosten verhalen.
Daarnaast kent de nieuwe wet een overgangsrecht waarmee voor verontreinigingen van de periode tussen 1 januari 1987 en 1 januari 2024 nog steeds de bepalingen uit de oude Wet bodembescherming gelden. Hierdoor is er momenteel sprake van drie typen bodemverontreinigingen: de historische verontreinigingen van vóór 1987, de verontreinigingen tussen 1987 en 2024 en de nieuwe gevallen van na 1 januari 2024. Dit onderscheid is van belang voor de toepassing van de juiste wet- en regelgeving en het bepalen van verantwoordelijkheden.